In 2022 werden er ruim 27 duizend mensen opgenomen in het ziekenhuis na een ongeluk in het verkeer, soms met een blijvende lichamelijke beperking als gevolg. Hans van Maanen, bestuurslid van de Vereniging voor Verkeersslachtoffers, is slachtoffer van een verkeersongeluk. Hij pleit voor verandering van wetten om de juridische afwikkeling van een ongeluk makkelijker te laten verlopen voor slachtoffers. ‘Je denkt dat je na een ongeluk keurig geholpen gaat worden, en dan merk je wat een ongelooflijk slechte positie je in dit land hebt als verkeersslachtoffer.’
U bent zelf slachtoffer van een verkeersongeluk. Wat gebeurde er?
‘Het was 10 december 1990. Ik werkte bij Shell in Amsterdam Noord en na mijn werk moest ik nog even in de Rijnstraat een boodschap doen. Ik was op de motor. Op het kruispunt bij de Utrechtsebrug stopte ik voor een rood licht. Ik keek naar rechts en zag dat de bestuurder van de auto naast mij zat te bellen. Hij moest naar links, ik rechtdoor. Mijn licht sprong op groen en ik begon te rijden. De autobestuurder naast mij dacht dat ook zijn licht op groen ging. Dat was niet zo, hij reed door rood. Hij schepte mij. Toen lag mijn linkerbeen aardig in de kreukels. Mijn bovenbeen en enkel waren gebroken, mijn onderbeen verbrijzeld en mijn kniebanden gescheurd. Artsen zijn zeven uur bezig geweest om mijn been te herstellen.’
Wat gebeurde daarna?
‘De politie was snel ter plaatse, maar heeft broddelwerk geleverd. Ze hebben geen enkel kenteken genoteerd, geen enkele naam. Dat had cruciale getuigen kunnen opleveren. Vijf maanden later belde de officier van justitie me. De zaak werd geseponeerd, omdat er geen getuigen waren. Het hele verkeersrecht in Nederland leunt op het hebben van een getuige. Daarop ben ik een civiele procedure gestart. Ik ben er vijf jaar mee bezig geweest. Het geluk bij mijn ongeluk is dat ik na drie oproepen in de krant alsnog een getuige heb gevonden. Dankzij haar heb ik mijn rechtszaak gewonnen. Als die vrouw niet gereageerd had, had ik geen cent gekregen. Je denkt dat de afwikkeling van verkeersongevallen goed geregeld is, en dan merk je hoe ongelooflijk slecht de positie van verkeersslachtoffers is.’
U zit nu in het bestuur van de Vereniging van Verkeersslachtoffers. Wat willen jullie bereiken?
‘Wij proberen de politiek te bewerken om de positie van verkeersslachtoffers sterk verbeteren. De wetgeving in Nederland is nu slachtoffervijandig. De veroorzaker van een ongeluk kan bijvoorbeeld zijn of haar verklaring tegenover de rechter steeds aanpassen. Iemand kan dus eerst verklaren dat hij iemand heeft geraakt met zijn voertuig, maar kan later zeggen dat hij niemand heeft aangereden. Ik vind dat de eerste verklaring die iemand aflegt sluitend moet zijn. Ook zit er verbetering in de vergoeding van letselschade. Wanneer iemand bijvoorbeeld voetproblemen heeft overgehouden na een verkeersongeluk, wijst de verzekeraar van de tegenpartij een medisch expert aan om de schade te beoordelen. Dit is belangenverstrengeling. Een tussenpersoon zou de medisch expert moeten aanwijzen, niet
de verzekeraar. Verder kan de inzet van technologie de positie van verkeersslachtoffers helpen.’
Welke technologie kan verkeersslachtoffers helpen?
‘Op dit moment kunnen verkeersslachtoffers alleen een rechtszaak winnen wanneer zich een getuige van het ongeval meldt. Ik vind dat de politie gebruik moet gaan maken van de event data recorder (EDR). Deze ‘zwarte doos’ in de airbagruimte van de auto houdt continu gegevens bij, zoals de snelheid en het remgedrag. De EDR zit al in veel auto’s en vanaf 2024 moet het in alle nieuwe auto’s zitten. Als er een aanrijding is geweest, kan de politie deze gegevens uitlezen. Dit helpt slachtoffers, omdat de informatie die de EDR registreert veel objectiever is dan wat getuigen zeggen.’
Wordt de EDR nu gebruikt bij onderzoek na een ongeluk?
‘Alleen als de bestuurder van de auto daar toestemming voor heeft gegeven. De mensen die ernstig te hard hebben gereden op het moment van aanrijding, geven meestal geen toestemming voor het uitlezen van de zwarte doos.’
Waarom heeft de Nederlandse overheid het uitlezen van de EDR na een ongeluk nog niet verplicht?
‘Wie denk je dat de meeste bekeuringen voor te hard rijden krijgen? Dat zijn mensen die stemmen op de VVD, met hun dikke Porsches, Audi’s en BMW’s. Dus het is wel duidelijk waarom de overheid de EDR nog niet heeft verplicht: dan zouden de VVD-stemmers vaker in de rechtbank moeten verschijnen.’
Het zijn toch niet alleen VVD-stemmers die in zulke auto’s rijden?
‘Niet alleen maar VVD-stemmers, maar er is wel een duidelijk verband tussen iemands inkomen en het type auto dat diegene koopt. En de VVD-stemmers hebben over het algemeen een hoger inkomen dan bijvoorbeeld mensen die PvdA stemmen.’
Waarom vindt u dat de schuld bij de VVD ligt?
‘Onder de VVD is de maximumsnelheid op snelwegen verhoogd van 120 naar 130 kilometer per uur. Op een congres voor verkeersveiligheid werd de VVD-minister voor verkeersveiligheid geconfronteerd met een schatting van het aantal extra doden per jaar dat hierdoor zou vallen. Haar reactie? Ik hoor het haar nog zeggen: “Die doden compenseren we elders wel.” De VVD koopt stemmen met mensenlevens.’
Wat bedoelt u daarmee? Is de VVD verantwoordelijk voor verkeersdoden?
‘Nee, niet als enige partij. We zijn er als samenleving verantwoordelijk voor, zowel de kiezers als de mensen die te hard rijden. Bijvoorbeeld mensen die onder invloed of zonder geldig rijbewijs achter het stuur zitten. Om een moordwapen te starten heb je alleen maar een sleutel nodig. Maar sinds 2010 zijn er alleen maar kabinetten met de VVD geweest. Onder die kabinetten is de handhaving uitgekleed en niks gedaan om het aantal slachtoffers omlaag te krijgen. Ik neem het ook andere partijen kwalijk dat ze daarin mee zijn gegaan.’
Is er dan niks veranderd? In veel steden is de maximumsnelheid van vijftig naar dertig kilometer per uur gegaan.
‘Dat hebben lokale besturen bepaald. Gemeenten worden directer met de gevolgen van verkeersonveiligheid geconfronteerd. Uit een onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat twee derde van de weggebruikers zich onveilig voelt in het verkeer. De Vereniging voor Verkeersslachtoffers richt zich op de landelijke politiek. We bieden de Tweede Kamer elk jaar een nieuwe versie van het Zwartboek aan, een document met voorstellen om de situatie voor verkeersslachtoffers te verbeteren. Maar de landelijke politiek is niet geïnteresseerd in de verkeersonveiligheid.
Als de politiek niks met jullie voorstellen doet, is het dan niet beter om jullie ook op de burgers te richten?
‘We proberen het publiek zoveel mogelijk te bereiken door middel van persberichten. Maar die worden niet altijd overgenomen. We zijn een kleine organisatie en kunnen ook niet elke dag campagne voeren.’
Wat heeft de inzet voor de Vereniging voor Verkeersslachtoffers u persoonlijk gebracht?
‘Ik heb veel geleerd over de manier waarop allerlei zaken in dit land geregeld zijn, zoals de politiek het functioneren van politie en justitie. Het werk kan me ontmoedigen en frustreren, maar als door mijn activiteiten ook maar één enkel leven wordt gered, vind ik het al de moeite waard geweest.’
Leave a Reply